tweede hond

Een hond erbij: Hoe meer zielen hoe meer vreugd?

Nog een hond erbij nemen. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd? Of double trouble? Hondentrainer An Wesenbeek geeft tips voor het samenleven met meerdere honden.

Je fantaseert (misschien zelfs luidop) over een broertje of zusje voor jouw hond. Een speelkameraadje. In je dromen zie je ze al met z’n tweetjes in de zetel liggen en door de tuin dartelen. Het perfecte plaatje. De realiteit kan een koude douche zijn … Maar wie goed voorbereid aan dit avontuur begint, maakt meer kans dat z’n droom werkelijkheid wordt. 

Waarom nog een hond?
Een tweede (of derde, of …) hond nemen kan om verschillende redenen. Sommigen zoeken een vriendje voor hun hond of willen een sukkelaar uit het asiel redden. Anderen willen er een sport mee beoefenen. ‘Zo ken ik een man die bruist van energie en heel graag naar de hondenschool gaat’, vertelt hondentrainster An Wesenbeek. ‘Maar zijn bouvier vindt het maar niks en is de hondenschool na vijf jaar zo beu als koude pap. De man was van plan om het bij één hond te houden, maar heeft er nu toch een pup bijgenomen, omdat hij zo graag traint op de hondenschool.’
Er zijn nog onnoemelijk veel andere redenen waarom men er een hond bijneemt, de ene al wat verstandiger dan de andere. ‘Zo zijn er fokkers die het moeilijk hebben om de pups te zien vertrekken en er van ieder nestje eentje willen bijhouden’, illustreert An. ‘Of mensen die de ene na de andere asielhond in huis halen. Op den duur zitten ze met een hele roedel.’
Er zijn zelfs baasjes die een tweede hond nemen omdat ze geen tijd hebben voor de eerste. ‘Ze vinden het zielig dat hun hond zoveel alleen zit en denken dan dat nummer twee hem wel zal entertainen.’ Een recept voor miserie. ‘De tweede hond zal dan voor geen meter luisteren. Bovendien raken zulke honden meer gericht op elkaar dan op de eigenaar. Neem dus nooit een tweede hond als je al geen tijd hebt voor één hond!’

‘Laat de honden elkaar voor het eerst ontmoeten op een neutrale plek’

Wil jouw hond wel gezelschap?
Niet iedere hond staat te popelen om een “vriendje” in huis te nemen. Sommige honden zijn liever “enig kind”. ‘Bij bepaalde hondenrassen is het roedelgevoel iets minder aanwezig, wat ik al gezien heb bij Mechelaars. Het is maar een voorbeeld, want er zijn ook Mechelse herders die enorm genieten van viervoetig gezelschap. Andere honden leven liefst van al samen in groep, zoals beagles. Al eeuwenlang worden beagles in roedels gehouden bij jagers. Ze jagen zelfs in meute (in groep).’ 
Baasjes van een hond die niet gediend is met het gezelschap van een tweede hond, kloppen soms aan bij hondentrainster An. ‘Vaak is de verbazing bij de baasjes groot. Ze dachten net dat hun hond heel blij zou zijn met gezelschap in huis.’

Blind getrouwd
Een tweede hond kiezen is toch vaak een beetje als een blind date. Of sterker nog: blind getrouwd. Als je voor een pup of een asielhond uit het buitenland gaat, kan je immers niet op voorhand nagaan of het wel klikt met jouw hond. Twee wildvreemde honden die elkaar nog nooit eerder hebben ontmoet, moeten plots heel hun hebben en houden delen …De ene match heeft al een hogere slaagkans dan de andere. ‘Over het algemeen werkt de combinatie reu-teef het beste’, weet An. ‘Wat niet wegneemt dat reuen onderling fijn kunnen samenleven. En teven kunnen gerust beste vriendinnen zijn. Maar teven kunnen ook onderling venijnig zijn en vechten. “Teef”, of in het Engels “bitch”, is niet voor niets een scheldwoord.’
Honden met dezelfde energie passen volgens An het beste samen. ‘Maar in sommige gevallen kies je beter een tegenpool. Bijvoorbeeld wanneer je een angstige hond hebt. Een sociale, volwassen hond die goed in z’n vel zit, zal de angsthaas uit zijn schulp trekken en hem sociaal gedrag leren. Twee asociale honden moet je natuurlijk ook niet samen zetten.’

De eerste indruk
De eerste indruk is belangrijk. Als de nieuwe hond meteen met de deur in huis komt vallen, zal dat misschien niet goede aarde vallen. Zorg daarom voor een goed geregisseerde ontmoeting: iedere hond aangelijnd, op een “neutrale” plaats, bijvoorbeeld op straat (niet in je eigen straat) of in een park, en beloon goed gedrag. ‘Je kan een wandeling maken en nadien met beide honden tezamen naar binnen gaan’, zegt An Wesenbeek. ‘Tijdens het wandelen is er dan al een beetje een “groepsgevoel” ontstaan.’ 
Een tweede mogelijkheid is eerst de nieuwe hond in huis laten na de ontmoeting, zodat hij al eens op verkenning kan gaan. En daarna pas de “oude” hond(en) binnenlaten. Zo voorkom je dat de nieuwkomer aan de voordeur meteen weer naar buiten wordt gejaagd. ‘Ter nuancering, als je een heel sociale hond hebt die het gewend is dat er andere honden over de vloer komen en dat leuk vindt, dan hoef je dit scenario niet te volgen en kan je meteen de tweede hond in huis nemen.’

‘Tegengestelde geslachten geven meestal minder conflicten’

De eerste periode
Baasjes hebben soms onrealistische verwachtingen. Ze hopen dat de nieuwe hond zich meteen schikt naar de dagelijkse routine de ze al met hun eerste hond hadden uitgebouwd en verlangen dat de honden meteen goed overeenkomen. Strubbelingen zijn niet ondenkbaar. Om conflicten te vermijden, kan je enkele maatregelen treffen. ‘Zoals speeltjes en kauwbotjes wegnemen’, licht An toe. Als zij spanningen honden opmerkt, is ze snel geneigd om met hekjes te werken. ‘Zo heeft iedere hond z’n eigen terreintje en kunnen ze elkaar toch doorheen het hekje zien. Als je de honden bijeen laat, kan je hen een sleeplijntje aandoen, dat maakt ingrijpen mogelijk. Als slechts één hond problemen geeft, doe dan enkel die hond een lijn aan. Na verloop van tijd kan je – als alles goed loopt – het hekje wegnemen.’
Verminder de kans op concurrentie door iedere hond z’n eigen plaats (bijvoorbeeld een mand, kussen of bench) en een eigen eetkom te geven. In aparte ruimtes voederen kan een oplossing bieden voor honden die schrokken of ruziën tijdens het eten.
Of je nu één of meer honden hebt, voldoende beweging is altijd een must. ‘Meerdere honden houden en er te weinig mee doen? Dat is om problemen vragen. Als honden zich onvoldoende fysiek en mentaal kunnen afreageren, zullen ze zich mogelijks op elkaar afreageren.’

Dogs

Ontvlambaar
In bepaalde situaties is de kans groter dat de gemoederen verhit raken: wanneer honden opgewonden zijn, reageren ze vuriger. Denk bijvoorbeeld aan etenstijd, speeltijd of het moment waarop we ons klaarmaken om te gaan wandelen. Zulke momenten moeten rustig en gestructureerd verlopen. Als je zelf ook nog eens heel uitgelaten reageert (bijvoorbeeld door met een hoog stemmetje te roepen: ‘Wie wil er gaan wandelen? We gaan wan-de-len!’) dan kan de boel in de fik schieten. Zeker wanneer de honden zich in een smalle, kleine ruimte bevinden (zoals de inkomhal van je huis). Zo’n brandhaard voorkom je best wanneer die nog maar begint te smeulen. En dat kan je opmerken door naar de lichaamstaal van je hond te kijken. ‘Wees aandachtig voor stresssignalen, zoals de bek aflikken, een gespannen houding aannemen wanneer ze elkaar voorbij stappen en fixeren naar elkaar’, waarschuwt An. Zij is er voorstander van om in te grijpen vooraleer de situatie escaleert. ‘Ik laat honden een ruzie nooit zelf uitvechten. We mogen niet vergeten dat honden bij ons in een kunstmatige situatie leven. Ze kunnen niet zomaar afstand nemen wanneer ze dat willen en zich uit een ruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) verwijderen. Ze zijn dan aan elkaar overgeleverd. In een verhitte situatie zal ik als grote leider tussenkomen en beslissen wat er gebeurt. Wat ik dan vaak doe, is iedere hond naar z’n eigen plaats (bijvoorbeeld een mand, bench of kussen) sturen om af te koelen en tot rust te komen. Op het commando “vrij” mogen ze dan terug rondlopen. Dat is altijd een hele goede oplossing om spanningen tussen honden te verminderen. Ik zal ook ingrijpen wanneer twee honden aan het spelen zijn en ik merk dat het initiatief maar van één kant komt: het is steeds dezelfde hond die op de andere duikt, en de andere hond wil er eigenlijk liever van weg wil. Ik zal dan die andere hond een beetje in bescherming nemen en de ene laten dimmen. Spelen is enkel leuk als het van twee kanten komt.’

‘Een hond erbij nemen, betekent een engagement aangaan voor de komende 10 tot 15 jaar’

Wrevel voorkomen
Botert het niet? Helaas bestaat er geen magische oplossing om ervoor te zorgen dat honden elkaars beste vrienden worden. ‘Er zijn nu eenmaal honden die helemaal niets van elkaar moeten weten’, bevestigt An. Maar je kan er wel voor zorgen dat er zo min mogelijk wrevel ontstaat. ‘Een vaak gemaakte fout is een drukke pup de godganse dag bij een oudere hond laten die op z’n rust gesteld is. In dat geval adviseer ik om de honden een paar maanden van elkaar te scheiden met een hekje en enkel bij elkaar te laten als je zelf aanwezig bent. Begint de pup vreselijk op te springen en is de andere hond daar niet blij mee, dan kan je tussenbeide komen. Na enkele maanden zal je de pup beter onder controle hebben en is hij al wat rustiger geworden.’ Door ingrijpen van het baasje kan de relatie tussen twee honden dus toch nog  verbeteren. Hoe meer honden je hebt, hoe belangrijker het is structuur en leiderschap te bieden. ‘Heb je vijf grote honden die niet luisteren, dan krijg je chaos. Je kan het vergelijken met een gezin. Wij waren vroeger thuis met vijf kinderen. De eerste mocht in de badkamer van 7 uur tot kwart na 7, de volgende van kwart na 7 tot half 8, de derde het volgende kwartier enzovoort. Als je maar twee kinderen hebt, moet je dat allemaal niet zo strikt vastleggen. Maar wij moesten dat zo regelen, om chaos en ambras in de badkamer te vermijden.’

Alles dubbel
Meerdere honden betekent meer honden-haren in huis, meer poetsen, meer lawaai, meer manden, meer kosten en meer tijd. ‘Een of twee honden voederen is peanuts, maar als je er vijf of zes hebt, ben je daar al snel twintig minuten mee bezig’, weet An uit ervaring. Zij had vroeger een hondenhotel en weet hoeveel tijd er in de verzorging van meerdere honden kruipt. ‘Ga je twintig minuten met drie honden wandelen, dan spendeer je vijf minuten aan het oprapen van drollen. Heb je drie honden die een intensieve vachtverzorging vereisen, dan ben je enkele uren per week aan het kammen. Veel hangt ook af van de grootte.’ Twee kleine honden of twee grote honden is naar An haar ervaring een groot verschil. 

conflicthaarden

Begrijpen zonder woorden
Ook de honden zelf spelen een grote rol. ‘Indertijd verbleven er soms maar vier honden tegelijk en leek het alsof ik tijd en handen tekort had, omdat ze alle vier een grote handleiding hadden. En soms zaten er tien honden in het hotel en liep alles van een leien dakje. Veel hangt af van de individuen en de mate waarin ze getraind zijn.’
Zoals An al vermeldde, kunnen honden helemaal openbloeien door het gezelschap van een soortgenootje. Er is niets leuker om naar te kijken dan honden die samen spelen en mekaar zonder woorden begrijpen. Om toeschouwer te mogen zijn van de unieke vriendschap die tussen honden ontstaat, is een waardevol gegeven. 

Leren van elkaar
Het spreekt dus voor zich dat een pup erbij nemen nog meer tijd in beslag neemt, dan bijvoorbeeld een volwassen, volledig afgerichte herplaatser in huis nemen. ‘Pups moet je nog socialiseren, ze moeten nog apart getraind worden en apart gaan wandelen. En als je dan thuiskomt moet je nog met je eerste hond op stap gaan. Soms kunnen pups of nieuwkomers dingen imiteren van de hond die al aanwezig is, waar ze mogen plassen bijvoorbeeld. De zindelijkheidstraining zal dus waarschijnlijk iets makkelijker verlopen. Of de tweede hond nog veel andere positieve zaken overneemt van de eerste is nog af te wachten. Wat ze meestal wel overnemen is deugnieterij.’

Denk op lange termijn
Een hond heb je niet zomaar voor even, maar voor de komende tien à vijftien jaar. Overweeg dus ook of een extra hond wel strookt met jouw toekomstplannen. Hoe meer honden, hoe moeilijker reizen wordt. Misschien komen er nog kinderen en wordt jouw wagen of huis al snel te krap. Een hond erbij kost tijd en geld, maar het kan ook een enorme verrijking zijn voor jou en je hond(en). ‘Met een roedel honden krijg je een prachtig staaltje hondentaal te zien’, besluit An. ‘Het is fascinerend om ze met elkaar te zien communiceren.’ 
Een hond erbij betekent ook meer hondenliefde. En dat is onbetaalbaar! 

TEKST: Evi Maveau
FOTO’S: © Shutterstock

Scroll to Top