zwarte hond bijgeloof

Bijgeloof, black beauty en het black dog syndrome

Een glimmende vacht, donker als de nacht. Zwarte honden hebben iets mysterieus. Ze spreken tot de verbeelding. Een beetje te veel soms, want in het verleden waren ze populaire hoofdrol­spelers in allerlei griezelverhalen.

‘Een zwarte kat zien, brengt ongeluk’: het is een bekend bijgeloof. In oude volksverhalen worden zwarte katten wel vaker opgevoerd als de slechterik of als een voorbode van ongeluk. Hetzelfde geldt voor zwarte honden. 

Vandaag geloven we niet meer in zulke griezelverhalen. Maar in ons onderbewustzijn is er misschien iets van blijven hangen, want, langs alle kanten weerklinkt het dat honden met een zwarte vacht minder snel geadopteerd worden dan hun soortgenootjes met een lichtgekleurde pels. Er bestaat zelfs een naam voor het fenomeen: het black dog syndrome. Maar wat is hier nu precies van aan?

Griezelen in Groot-Brittannië

We duiken eerst in de geschiedenisboeken om enkele sinistere sages op te rakelen. Bijna overal ter wereld werden er vroeger griezelverhalen verteld waarin een rol was weggelegd voor een zwarte hond. Deze fictieve wezens waren meestal een pak groter dan de doorsnee viervoeter. Ze hadden vaak rode ogen, vlijmscherpe tanden en een onverzorgde vacht, zwart als de nacht. Wanneer ze huilden, ging hun geschreeuw door merg en been. Ook kenmerkend voor deze haast demonische dieren, was dat ze enkel ’s nachts verschenen. 

Om een of andere reden lijkt Groot-Brittannië de kroon te spannen als het aankomt op enge vertelselen over zwarte honden. Op de Britse eilanden griezelde  men bij verhalen over Black Shuck, een gigantische zwarte hond met gloeiende, rode ogen, die ronddwaalde op het platteland. Black Shuck was de belichaming van de duivel. Deze hond ’s nachts tegen het lijf lopen, was een slecht voorteken. Soms zelfs een voorteken van de dood. 

In het noorden van Engeland vreesde men dan weer de Barghest, een monsterachtige hond met grote tanden en klauwen, die in de kleinste straatjes van York voorbijgangers de schrik van hun leven bezorgde. Wie Barghest duidelijk zag, zou volgens de verhalen kort daarna sterven. Zij die slechts een glimp van het beest opvingen, zouden in leven blijven, maar slechts voor enkele maanden.

In Ierland bestond er een bijgeloof dat de geestelijken in twijfel trok: als een zwarte hond het graf van een priester bezocht, betekende dit dat hij zijn geloften niet was nagekomen.

Priesteragiehond

Ook in ons land smulden we van enge verhalen met een zwarte hond in de hoofdrol. Zo is er de sage van de Priesteragiehond: een verhaal dat zich afspeelt tussen het Oost-Vlaamse Vinkt en Lotenhulle, meer bepaald in de Priesteragie, een herenwoning waar de lokale pastoor woonde. In de winter van 1445 gebeurde daar een drama. Toen de pastoor terugkwam van de mis, zag hij zijn dienstmeid vermoord in de keuken liggen. Er had een diefstal plaatsgevonden: het ging dus om een roofmoord. Nadien hingen er wellicht creepy vibes in de woning, want enkele jaren later besloot de opvolger van mijnheer pastoor de Priesteragie te verlaten. Het gebouw bleef verlaten achter en verviel tot puin en de tuin werd overwoekerd. Volgens de volksverhalen bleef de geest van de moordenaar op het terrein ronddwalen. Die zat als straf gevangen in de gedaante van een grote, zwarte hond. ’s Nachts besprong het spookachtige beest voorbijgangers en dwong hij ze om hem terug naar het huis te brengen. 

Kludde

Een gelijkaardig verhaal is dat van Kludde, een plaaggeest die mensen lastigviel in de Oost-Vlaamse Scheldestreek en in Hemiksem en Schelle. In sommige verhalen werd hij voorgesteld als een monsterlijke zwarte hond, die enkel op zijn achterste poten liep. Soms veranderde hij van gedaante en werd hij bijvoorbeeld een zwarte kat. Kludde verschool zich onder bruggen en in holle bomen. Hij kwam enkel ’s nachts tevoorschijn. Gelukkig hoorde men hem wel aankomen: hij droeg een ketting aan zijn linkerenkel waarmee hij rammelde. Nadat hij zijn aanwezigheid had aangekondigd, sprong hij in de nek van een voorbijganger, die dan verplicht was om Kludde de hele nacht op zijn of haar rug te dragen. Als het daglicht aanbrak, verdween de plaaggeest weer. Kludde dook ook op stripreeks Suske en Wiske, in de albums De Zwarte Madam en Amoris van Amoras.

De duivelshond van Damme

De West-Vlaamse stad Damme heette vroeger Hondsdamme. In tegenstelling tot wat je zou denken, had dat helemaal niets met honden te maken, maar alles met honte, een oud woord waarmee men een modderig gebied aan een monding beschrijft. Honte werd verbasterd tot “hond” en achteraf breide men er een legende aan. Die gaat als volgt… In het begin van de twaalfde eeuw probeerden de bewoners van Damme hun huizen met dijken en dammen tegen het water te beschermen. Op een nacht werden ze opgeschrikt door een afgrijselijk gehuil. Het was een watergeest, die in de gedaante van een grote hond die uit het water tevoorschijn kwam en de bewoners de stuipen op het lijf joeg. Drie dagen en nachten lang duurde het gehuil. Toen ontstond een heftige storm. Er kwam een bres (scheur) in een dijk en het water stroomde erdoor weg. De inwoners zagen de “duivelshond” als schuldige. Ze vingen hem, sloegen hem de kop in en stopten de dijkbres dicht met het lichaam van het dier. De storm ging liggen en de dijk hield stand. Damme  was gered. De duivelshond staat vandaag nog steeds afgebeeld als een zwarte hond op het wapenschild en de vlag van de stad.

In films

Niet alleen eeuwenoude legendes maakten zich schuldig aan de negatieve stereotypering van zwarte honden. Ook in films zie je zwarte honden zelden als de held. Neem bijvoorbeeld The Omen (een film over het kind van de duivel) uit 1976. Daarin is de rol van helhond weggelegd voor een rottweiler. In de versie van 2006 wordt diezelfde rol vertolkt door een zwarte herdershond. En in Harry Potter and the Prisoner of Azkaban maak je kennis met Grim, een gigantische, spookachtige zwarte hond die de dood symboliseert. 

In het Engels wordt de term “black dog” vaak gebruikt als een metafoor voor een depressie.

Black dog syndrome

Misschien blijven al die negatieve associaties wel ergens in ons achterhoofd spoken, ook al geloven we er niet in. Dat is althans een van de theorieën die believers van het black dog syndrome aanhalen. Er bestaan verschillende hypoteses die kunnen verklaren waarom zwarte honden minder snel geadopteerd worden:

Ze vallen niet op. Zeker in dierenasielen waar de verlichting niet top is, kan een zwarte hond opgaan in de achtergrond. Honden met een lichte vacht springen er meer uit op zulke plekken. 

Gezichtsexpressies zijn moeilijker te lezen. Daardoor hebben mensen misschien minder snel het gevoel een emotionele connectie te maken met de hond.

Ze zijn moeilijker om te fotograferen. Onduidelijke foto’s op websites van asielen en op social media kunnen ervoor zorgen dat er minder mensen interesse hebben in een ontmoeting.

Bijgeloof en negatieve associaties, zowel bewust als onbewust.

Wat zeggen studies? 

Of het black dog syndrome echt bestaat, daar is onenigheid over. Er zijn enkele studies op basis van cijfers bekend, met wisselende bevindingen. Een data-analyse van 1.468 Amerikaanse asielhonden in 1998 gaf aan dat zwarte honden minder vaak werden geadopteerd dan honden met een lichtere vacht. Ook een studie uit 2002 op basis van cijfers van asielen in Californië, bracht vergelijkbare bevindingen op. 

Een doctoraatstudie aan de Witchita State University in 2010 kwam dan weer tot de conclusie dat honden met een zwarte vacht vaker werden geëuthanaseerd dan honden met een lichtgekleurde vacht. 

Maar ander cijfermateriaal spreekt de hypothese dat zwarte honden langer in het asiel blijven, tegen. Een data-analyse van 30.046 honden uit Los Angeles van 2008 toonde het tegenovergestelde aan: er werden net iets meer zwarte honden geadopteerd. En een thesis die gegevens van 16.800 honden – afkomstig uit twee asielen in de Pacific Northwest – bestudeerde, vond hetzelfde: zwarte honden vonden iets sneller een nieuwe thuis.

Daarnaast werden ook studies gebaseerd op beelden uitgevoerd. Een voorbeeld daarvan is een onderzoek uit Belfast waarbij deelnemers foto’s kregen te zien van honden die er allemaal ongeveer hetzelfde uitzagen. Enkel de vachtkleur was gemanipuleerd. 65 procent verkoos een blonde vacht boven een zwarte vacht. 

In een andere studie uit 2012 werden deelnemers foto’s getoond van verschillende soorten poedels: een witte dwergpoedel, een zwarte dwergpoedel, een witte koningspoedel en een zwarte koningspoedel. De zwarte honden werden (ongeacht hun formaat) door de meeste kandidaten beoordeeld als “vriendelijker” dan de witte poedels. Als men enkel naar de zwarte honden keek, werden de grote poedels beoordeeld als “vijandiger” dan de kleine zwarte poedels.

Een studie die gepresenteerd werd op de International Society for Anthrozoology in 2013 in Chicago kwam tot de conclusie dat deelnemers blonde honden als het vriendelijkst beschouwden. Bruine honden beoordeelden ze net iets minder vriendelijk dan hun blonde soortgenoten en zwarte honden aanzagen ze als het “minst vriendelijk en het meest agressief”.

Vergelijkbare resultaten kwamen naar boven tijdens een studie in het lab van de bekende hondenprofessor Stanley Coren. Deelnemers beoordeelden zwarte labradors als 27 procent minder vriendelijk dan hun lichtgekleurde soortgenootjes.

Niet enkel de vachtkleur speelt mee

Of het black dog syndrome al dan niet bestaat, daarover heerst dus nog wetenschappelijke onenigheid. De studies op basis van beelden lijken eerder van wel te suggereren. Maar het aantal kwalitatieve studies is beperkt en meer onderzoek is aangewezen. 

De vachtkleur is overigens niet altijd de bepalende factor bij een adoptie. Ook volgende zaken spelen mee:

Het ras:
Sommige mensen willen een bepaalde rashond, de kleur maakt hen minder uit.

De grootte:
Sommigen verkiezen een kleinere hond omwille van hun woonsituatie, anderen een grotere, omdat ze die beter kunnen knuffelen. 

De voorgeschiedenis:
Er zijn adoptanten die absoluut geen hond willen die al meer dan een keer werd herplaatst, of die liefst een hond willen die met kinderen is opgegroeid. 

Leeftijd:
Veel mensen verkiezen een jonge hond boven een ouder dier. 

Zwarte honden zijn geweldig!

Een oud Schots bijgeloof zegt dat het gelukt brengt wanneer een zwarte hond je naar huis volgt.
Er zijn overigens verschillende redenen waarom zwarte honden geweldig zijn: hun vacht blinkt prachtig in het zonlicht en ze hebben iets mysterieus en majestueus. Hun haren vallen niet zo op op donkere kledij, waardoor niet iedereen op kantoor ziet dat je een hond hebt. Bovendien gaat zwart bij alles: een felgekleurd halsbandje, een donkerrood harnasje… Black is beautiful!

Als je een hond adopteert, denk dan ook eens aan de zwarte honden in het asiel en klik onduidelijke foto’s niet zomaar weg. Anders zou je je soulmate wel eens kunnen voorbijlopen.

Foto’s: ©Shutterstock

Scroll to Top